background

Blog


  • Online voelt even echt als offline

  • Ons ‘online leven’ wordt steeds belangrijker en hierdoor neemt ook de invloed van internetbedrijven in sneltreinvaart toe. Wat betekent dit voor ons als individu en samenleving? Ironisch genoeg is er geen visie te vinden van een onafhankelijke expert, maar wel van Google. In dat kader las ik het boek De Digitale Lente: een toekomstvisie op het internettijdperk, geschreven door Googles toenmalig algemeen directeur Eric Schmidt en directeur Google Ideas Jared Cohen.

    De brede beschikking over informatietechnologie veroorzaakt volop veranderingen in de maatschappij. Een aantal voorbeelden zijn de Arabische Lente, WikiLeaks, de toenemende internationale concurrentie en het opsporen van misdadigers via DNA-materiaal. De ontwikkelingen zullen in de toekomst alleen maar sneller gaan. Een processorchip is in 2025waarschijnlijk 64 keer sneller dan nu. Ook de snelheid van glasvezeloverdracht verdubbelt iedere negen maanden. Dit betekent dat onze online ervaring even echt zal aanvoelen als het offline leven.

    Technologiebedrijven kennen ons beter dan overheid
    We kunnen door technologie steeds meer zelf doen, waardoor er een machtsoverdracht plaatsvindt van de overheid naar het individu. Het boek schetst daar een heel positief beeld bij, hoewel er ook ‘een kloof dreigt te groeien tussen mensen die verstand hebben van technologie en mensen die zich met grote politieke problemen bezighouden.’ Oftewel: de overheid blijft op informatiegebied achter. Google weet inderdaad meer van mij dan de personen waarop ik gestemd heb bij de Europese, landelijke en gemeentelijke verkiezingen.
    De schrijvers benadrukken dat alle activiteiten op internet worden bewaard. Ze wijzen hierbij op eigen verantwoordelijkheid. “Wetten zullen er niets aan kunnen veranderen dat digitale informatie onuitwisbaar is, maar verstandige regelgeving kan zorgen voor controlemechanismen die burgers die dit willen, een zekere mate van privacy garanderen.”
    Voor zichzelf zien de Google-mannen niet meer dan een passieve rol: “In de eerste jaren van het digitale tijdperk zullen technologiebedrijven een dikke huid moeten hebben, omdat ze vaak geconfronteerd worden met zorgen van het publiek over de privacy, veiligheid en bescherming van gebruikers.”

    Informatie kan gevaarlijk zijn
    Schmidt en Cohen laten zich opvallend negatief uit over Wikileaks: “Voorstanders van vrije informatie geloven dat volledige openbaarheid uiteindelijk leidt tot meer gelijkheid, een hogere productiviteit en meer zelfbeschikking. Maar wij denken dat dit een gevaarlijk idee is, vooral omdat er altijd wel iemand met een gebrek aan beoordelingsvermogen rondloopt die levensgevaarlijke informatie vrijgeeft.”
    Daar staat tegenover dat ze positieve ontwikkelingen zien voor het oplossen van lokale misstanden in de wereld. “Op dit moment zijn er plekken waar een vrije pers ontbreekt en er maar weinig mensen op internet zijn aangesloten. Wanneer dat verandert wordt het bereik van de verslaggeving over gevoelige zaken groter - en wordt het zelfs internationaal nieuws.”

    Biologische identificatie
    Het boek laat zien dat de wereld al ver gaat met ‘biometrische identificatie’, dus het vastleggen van bepaalde biologische eigenschappen van mensen. Zo is het gebruik van vingerafdrukken, de irisscan, dna-testen, stem- en gezichtsherkenning erg breed verbreid en zal dit hoogst waarschijnlijk toenemen.
    Afgelopen week zag ik nog een voorbeeld daarvan, toen het DNA-materiaal van een Utrechtse fietsendief bleek te matchen met de al jaren gezochte Utrechtse serieverkrachter. Organisaties zullen steeds meer gebruik gaan maken van biologische kenmerken. India heeft in 2009 een project gestart met de naam Aadhaar, met het doel om alle 1,2 miljard Indiase burgers te identificeren via biometrische herkenning.

    Digitale oorlogvoering
    Een ander aspect van het nieuwe digitale tijdperk is digitale oorlogvoering. Er zou al volop gebruik gemaakt worden van digitale virussen en wormen om belangrijke installaties van vijanden zoals nucleaire centrales, plat te leggen.
    “Op internet zullen staten elkaar aanvallen op manieren die in de echte wereld provocerend zijn. Ze vechten conflicten uit op internet terwijl het overal elders kalm blijft. Het feit dat men zo goed als anoniem kan blijven, maakt internetaanvallen een interessante optie voor landen die niet openlijk agressief willen overkomen, maar wel hun vijanden willen bestrijden. Slachtoffers van cyberaanvallen kunnen deze zelden aan iemand toeschrijven en dus worden de daders niet vervolgd.”